Echografie

 

De fysiotherapeut gebruikt echografie als aanvullende diagnostiek en

evaluatiemiddel waardoor gerichter behandeld kan worden.

 

Met behulp van echografie kan er inzicht gekregen worden in gewrichten, pezen en

spieren. Zoals bijvoorbeeld in: schouder, elleboog, pols, heup, knie, enkel en achillespees

etc. Weefselschade kan met echografie in beeld worden gebracht. Er ontstaat meer

inzicht in de belastbaarheid van dit weefsel.

 

Het behandelplan van de fysiotherapeut wordt mede bepaald door de aanwezige

gegevens over de te behandelen klacht.

 

De kwaliteit van pezen, spieren en gewrichten is met echografie goed in beeld te

brengen. Hierdoor kan de mate van belastbaarheid van huidige structuren worden

aangegeven. Dit inzicht kan de juiste keuze van het behandelplan beïnvloeden. Een meer

gerichte training / behandelkeuze kan er voor zorgen dat het fysiotherapeutisch handelen

een stuk efficiënter en sneller kan verlopen... en de patiënt sneller klachtenvrij is!

 

 

Het inzicht in herstelprocessen wordt middels echografie van een aangedane

structuur duidelijker, het herstelproces kan daardoor beter gevolgd worden.

 

Met name voor de beoordeling van de belastbaarheid van peesweefsel is dit heel zinvol.

De keuze van de juiste lokale fysiotherapeutische behandeling en trainingsvormen is

hiervan afhankelijk.

Weefselschade kan met echografie in beeld worden gebracht. Er kan een betere

inschatting gemaakt worden van de belastbaarheid van het weefsel. Na een behandel

periode kan echografie gebruikt worden om het revalidatieproces te evalueren.

 

Door de aangedane structuur van het bewegingsapparaat met echografie te

onderzoeken, kunnen afwijkingen worden aangetoond en/of uitgesloten

waardoor de patiënt gerichter kan worden doorverwezen naar de juiste medicus

dan wel paramedicus.

 

 

« Terug